Somali Abessijn Nederland

Een ervaring met PRA

Tweemaal een lot uit de loterij

Veertig
Op mijn veertigste verjaardag besloot ik dat het katloze leven lang genoeg geduurd had. We woonden inmiddels in een echt huis: het kon! Ik zocht een halfbloed siamees. Daar groeide ik mee op: onbevreesd, brutaal, bijdehand een echte kameraad. Al surfend stuitte ik op Flame: de charme van een jonge abessijn is ongeëvenaard: ik viel als een blok. De karakterbeschrijving van dit ras was perfect! Zo kwam het dat mijn man en ik onze Goudse binnenstadwoning gingen delen met Vertigo’s Flame Song en Vertigo’s Ready to Fly: twee broers geboren op 26 januari 2004 in Antwerpen.

Onder je huid
Is er een groter plezier dan je huis delen met twee jonge abessijnen? Ik geloof het niet.
Ongelofelijk hoe die twee mormels onder onze huid kropen en al onze voornemens over “niet in de slaapkamer” en “nooit voeren aan tafel” het aflegde tegen hun grenzenloze charme. Hun gedrag was vooral die eerste jaren een nimmer opdrogende bron van vermaak. Hun karakter is geweldig: lief en betrouwbaar en slim en grappig. Nog nooit lelijk gedaan naar ons, zelfs niet bij de grootste schrik. Fly heeft de fantastische gewoonte je te omhelzen met zijn voorpoten. Flame staat het liefst tegen je op om je te bedelven onder de liefdesbeten. Ze toveren elke dag een glimlach op je gezicht.

Naar buiten!
Onze ommuurde stadstuin was heel plezierig voor ze maar de buitenwereld lonkte. Als ik vrij was ging ik met ze lopen. Ze lopen keurig aan de lijn maar de laatste jaren doen we het zonder. Gaat prima, ze luisteren beter dan menig hond. Ik geniet met volle teugen van onze wandelingetjes en realiseer me elke keer weer dat dit bijzonder is. Onze favoriete wandeling is de zondagochtendwandeling (precies tussen de kerkdiensten door) over het marktplein naar de St Jan Kerk en dan via het park achter de kerk weer naar huis. Ontelbare praatjes maak ik met toeristen en voorbijgangers. Ze worden vaak op de foto gezet. Betere ambassadeurs van het abessijnse ras zijn er niet.

Bingo
Zomer 2011 gebeurde er een paar gekke dingetjes. Flame viel frontaal een hond aan. Arme Sam wist niet wat hem overkwam. Fly er natuurlijk van de weeromstuit ook bovenop. Vanaf dat moment lijnde ik ze even aan als ik een hond zag. Daarna liep Flame met de zijkant van zijn kop tegen een geparkeerde auto op: toch best een groot ding. Het viel ons ook op dat zijn pupillen s’avonds erg groot waren. Hij was als sorrel altijd al wat sneller van de wijs dan zijn wildkleurige broer. Die onzekerheid leek toe te nemen. Internet leerde me al vlug wat er aan de hand kon zijn en januari 2012 diagnostiseerde dierenarts Verbruggen inderdaad PRA in vergevorderd stadium. “Bingo” en “Die ziet niet veel meer” was haar wat droge commentaar. Dat was even slikken. Een en al levenslust en gezondheid en dan zoiets! We gingen Fly extra in de gaten houden. In maart 2012 viel het ons op dat ook zijn pupilreflex trager werd en zijn pupillen vooral bij lamplicht aan de grote kant. Ik vermoed ook een begin van kokervisie. Laatst verstapte hij zich bij een stoeprandje. Hij lijkt soms iets onhandiger waardoor hij sneller iets meeveegt of omgooit. Zijn pupillen hebben s’avonds dezelfde groene glans als we bij Flame zien. Maar kleine beestjes die op de grond kruipen ziet hij nog prima en ook de merel aan de overkant van de straat. Inmiddels is in Utrecht ook bij hem het vermoeden van PRA vastgesteld. Dat is erg jammer maar eigenlijk geen verassing. We hadden het zelf al gezien.

Aanpassen
Met Flame gaat het een beetje met vallen en opstaan. Aanpassen kost best moeite. Hij is nu s’avonds helemaal blind. Zijn ogen lijken dan net groene knikkers. Het is wennen om zijn gemoedstoestand goed in te schatten met die grote puppillen. Je moet helemaal op zijn lijf af gaan. Alleen met zonlicht zien we zijn mooie gele ogen nog. Af en toe heeft hij een ongelukje, dan staat de stoel net anders dan hij dacht of is de vensterbank dichterbij en klapt hij tegen het raam. We hebben wel het idee dat dat nu afneemt.

Vertrouwen
Het vertrouwen in zijn mensen is gelukkig groot. Hij kon je vroeger al vragen of je even mee naar beneden wilde om hem op te tillen als er in de hal hoog op de muur een mot zat. Dus hulp vragen is hem niet vreemd. Als hij op een kast is geklommen wil hij graag via onze schouders weer naar beneden. Hij gaat ook nog steeds mee naar buiten en zolang het gaat loopt hij lekker los. Hij volgt me op mijn stem en voetstap en zijn broer op zijn bel. Ik moet wel in zijn buurt blijven anders gaat hij me roepen. Soms is er een misverstandje. Klimt zijn broer in een boom en hij in de lantaarnpaal ernaast… Ik moet er bij hem extra goed op letten dat de spanning in zijn lijf niet te veel oploopt. Als ik dat zie gebeuren gaat ie aan de lijn, daar wordt hij rustig van. Prachtig hoe hij zich dan na een tijdje uitschudt. Dan is het weer goed en kan hij weer los. Zolang wij in de buurt zijn is hij ook in een vreemde omgeving redelijk relaxed. De wachtkamer in Utrecht ging hij systematisch verkennen. Hij volgt daarbij heel slim de muur. Dat zie ik hem buiten ook doen.

Motten
Hoewel Flame er wel eens naast duikt stoeit hij nog regelmatig met zijn broer. De bel die ze nu dragen helpt ze daarbij. De stoeiplek is als vanouds het kleed in de kamer. In kartonnen dozen kruipen is ook nog steeds leuk. Wat Flame niet meer kan is op ouderwetse wijze hysterisch door het huis scheuren. Dat doet Fly nu vaak alleen. Flame moet even inhouden bij het begin en het eind van de trap en kan niet meer helemaal los. Achter de boeken in de kast springen durft hij ook niet meer. Er is 1 route door de hal en de tuin die hij nog wel voluit hard durft te rennen: we houden die goed vrij houden om ongelukken te voorkomen. Wat ik het aller-vervelendste voor hem vind is dat hij niet meer goed kan jagen. Hij was heel erg bedreven in het vangen van motten en daar op zomeravonden volledig bezeten van. Hij probeerde het afgelopen zomer nog wel maar de oogst was wel erg mager hoewel hij hele avonden zat te posten. Misschien gaat hij leren dit helemaal met zijn oren te doen. We zullen zien.

Tikje
Flame is en was bij ons altijd de derde persoon aan tafel. Hij heeft zijn eigen stoel. Dit is zijn moment. Bijzonder is dat hij nog steeds precies weet dat dat stukje van je vlees dat je net afsnijdt voor hem is. En duurt dat te lang: met een tikje tegen je wang zorgt hij dat je hem niet vergeet.

IPhone
Wat ik ook jammer vind is dat het lekker naar buiten en om je heen kijken weg valt voor ze. Een ook het achter balletjes aanrennen en die uit de lucht meppen kan niet meer als je dat balletje niet ziet. Fly is nu nog steeds de meest visueel ingestelde kat die ik ken. Toen er laatst filmgeluiden in een muziekcd verstopt zaten kwam hij onderzoekend bij mijn neefje in zijn boek kijken waar het bijbehorende beeld was. Mijn IPhone vindt hij geweldig. Ik draai vaak een youtubefilmpje voor hem en IceAge2 heeft hij volledig gezien. Ik hoop dat zijn zelfverzekerde nieuwsgierige karakter hem straks helpt om zich aan te passen. Ik kan me nog maar moeilijk voorstellen dat hij straks ook niets meer kan zien.

Mooi
Wij hebben abessijnen gekozen vanwege de karakterbeschrijving en natuurlijk die wildlook is geweldig. Wij bewegen ons niet in de wereld van fokkers en tentoonstellingen. De meeste raskatten eindigen als metgezel. En of hun oren nou iets meer of minder naar opzij staan… wat wij mooi vinden, is een dier waar de gezondheid en de levenslust vanaf spat. Daar horen goed functionerende en dus prachtige ogen bij. De titel van dit stukje is daarom dubbel. Ja! Flame en Fly zijn een lot uit de loterij: de hoofdprijs wat ons betreft. Twee betere huisgenoten zijn niet voorstelbaar. Maar die PRA is wel enorme pech. Laten we zorgen dat die prijs niet meer wordt uitgereikt en dit fantastische ras voortaan tot op hoge leeftijd tevreden vanaf de vensterbank de wereld kan bekijken.