Verbetering van de leefomgeving van binnenkatten

De huiskat, Felis silvestris catus, die in onderzoekcentra wordt gebruikt is dezelfde soort als de kat die algemeen als gezelschapsdier wordt gehouden en die in aanzienlijke aantallen in het wild leeft. Wanneer de kat in gevangenschap wordt gehouden kunnen zich echter gedragsproblemen voordoen omdat beperkingen in de leefomgeving de volledige expressie van het gedragspatroon van het dier kunnen beletten. Specifieke problemen die kunnen optreden bij opsluiting zijn verveling, agressie tegenover mensen en katten, schuwheid, remming van gedrag, zich terugtrekken, ontsnappingsgedrag, slechte resultaten bij de voortplanting, gebrek aan eetlust, gewichtverlies, achter de staart aanjagen, stereotypieën, het eten van stof en automutilatie. Alleen in een kooi is de meest extreme en kale omgeving om katten op te sluiten en het is hier dat de ernstige problemen zich het snelst zullen voordoen. Iedere vorm van kattenbehuizing kan echter meer stimulerend worden gemaakt, ingewikkelder en minder voorspelbaar, door aankleding van de omgeving en door meer sociale contacten. De traditionele behuizing in een onderzoekscentrum is kaal met de nadruk op hygiëne en de kosten, maar de abnormale gedragingen die zich kunnen ontwikkelen bij dieren die onder zulke omstandigheden worden gehouden kan de geldigheid van de resultaten aantasten bij ieder onderzoek waarbij de dieren gebruikt worden. Aankleding van de omgeving om te zorgen voor beter geschikte leefomstandigheden kan echter een diepgaand effect hebben op de fysiologie van de hersenen, op de leercapaciteit van de dieren en op hun gedrag in het algemeen. In de Waltham Centre for pet Nutrition moeten de resultaten van onderzoeken direct toepasbaar zijn op in huis gehouden gezelschapsdieren en om dit te bereiken worden de dieren gehuisvest in een omgeving die zoveel mogelijk lijkt op de huiselijk omgeving. Door het zorgvuldig ontwerpen van de behuizing en een programma voor de verzorging van de dieren is de omgeving van de katten op verschillende manieren veraangenaamd, onder meer door het onderbrengen van de katten in grote, vaste groepen, door ze regelmatig in handen te nemen en met ze te spelen en door een goede socialisatie. Eén doel van de aankleding van de omgeving is de dieren de mogelijkheid te bieden een scala van gedragingen te vertonen die van dezelfde aard zijn als in het wild of in een semi-natuurijke leefomgeving. De schattingen lopen uiteen, maar vrij rondlopende katten kunnen tot 50% van de dag slapend doorbrengen en tot 32 % van de dag rustend, terwijl zij in normale omstandigheden niet meer dan 2-3% van de dag besteden aan voedingsactiviteiten. Katten in huizen en in onderzoekscenta, die niet meer voedsel hoeven te zoeken, zijn waarschijnlijk nog minder actief. Ondanks de relatief lange perioden van inactiviteit zijn katten intelligente dieren en zij hebben een zekere mate van ingewikkeldheid in hun leefomgeving nodig om ze te voorzien van mentale en fysieke stimulering. Een aangeklede omgeving biedt een opgesloten dier gelegenheden om te kiezen met welke activiteit het zich zal bezighouden en waar.

AANKLEDING VAN DE LEEFRUIMTE

Boven een kritische minimum kan verbetering van de kwaliteit van de ruimte voor katten wellicht een betere investering zijn dan die van de kwantiteit. Het verschaffen van planken, touwen en klimpalen breidt de beschikbare ruimte uit en vergroot tevens de verticale complexiteit van de besloten ruimte door de katten in staat te stellen naar een hoog gelegen punt te klimmen en daar te rusten of zich terug te trekken.
Dit is wellicht bijzonder belangrijk wanneer de kat schuw is, of het mikpunt is van agressie. Katten geven de voorkeur aan rustplaatsen die aan één, of nog liever aan twee kanen beschermd zijn, zoals hoeken en randen van een besloten ruimte, aangezien dit hun in staat stelt andere katten gade te slaan zonder dat zij van achteren benaderd kunnen worden. Onder stress zijn verborgen plaatsen om zich te verstoppen voor katten bijzonder belangrijk. Binnen de beschikbare ruimte kunnen meubels en voorwerpen worden geplaatst om de belangstelling op te wekken voor onderzoek of spel.
Speelgoed dat beweegt en ingewikkelde structuren, vooral wanneer die de kenmerken van prooien nabootsen, zijn het meest succesvol om katten tot spelen te bewegen.
De spelwaarde van veel speeltjes neemt echter snel af en zij moeten vaak verwisseld worden en in willekeurige volgorde worden aangeboden om op langere termijn belangstelling te wekken. Het naar buiten kunnen kijken kan een belangrijke rol spelen bij de veraangenaming van de omgeving wanneer dit uitzicht geeft op gebieden van activiteit, waar andere katten en mensen te zien zijn. In het centrum zijn de verblijven voor de dieren gebouwd rondom centrale plaatsen die open zijn naar het keukengedeelte.
Het uitgebreide gebruik van glas zorgt ervoor dat alle katten naar andere katten kunnen kijken en ook naar de bezigheden in de eenheid, zoals het schoonmaken en bereiden van voedsel en het wegen van katten. Wanneer de verblijven ramen hebben kan de omgeving rondom het gebouw speciaal worden ontworpen om de katten te stimuleren. In het centrum worden in het gebied onmiddellijk buiten de verblijven vogels en insecten aangetrokken door de bloeiende planten, vogelvoerbakken en vogelbadjes.

Bovendien worden de tuinen regelmatig gebruikt door tuinlieden, onderzoeksstaf, hondentrainers en het socialisatieprogramma voor honden, wat een onvoorspelbare opeenvolging van activiteiten oplevert waar de katten naar kunnen kijken. Voor bepaalde onderzoeken of procedures, zoals onderzoeken naar verteerbaarheid of stofwisseling, is het noodzakelijk de dieren afzonderlijk onder te brengen. Ook kan individuele behuizing vereist zijn voor geslachtsrijpe, intacte mannelijke dieren, vrouwelijke dieren voor of na de partus, zieke of gewonde dieren die in quarantaine zijn. In het centrum heeft men de onvriendelijke, kale omgeving van de steriele stofwisselingskooien afgeschaft en is een verblijfplaats ontworpen voor individueel ondergebrachte katten die zoveel mogelijk gelijk is aan de ‘normale’ leefomstandigheden. Iedere kat is ondergebracht in een uit twee afdelingen bestaand verblijf, met een binnengedeelte en een van glas voorzien buitenverblijf. De katten worden getraind om te urineren en defaeceren in een speciaal ontworpen bak, waarvan de uitgang verbonden is met een glazen opvangfles op de centrale binnenplaats. Dit maakt dat urine en faeces afzonderlijk opgevangen kunnen worden. Planken en houten krabpalen zijn aanwezig in beide verblijven en er is een bellenkoord om te spelen en de klauwen te scherpen.

DE WIJZE VAN VOEDEN

Hoewel katten onder normale omstandigheden een groot deel van de dag slapend en rustend doorbrengen, schijnt het dat gedrag dat samenhangt met de jacht zeer belangrijk voor ze is en dit is het centrale punt geweest voor verschillende strategieën om de omgeving voor gevangen katachtigen te veraangenamen. Bij het voedsel is de verbetering vooral gericht op het verlengen van de stadia van de voedingssequentie die voor de kat beschikbaar is en die kan bestaan uit het opsporen van voedsel, het 'vangen' van voedsel en een langere tijd om er mee bezig te zijn. In onderzoekscentra kan droog voedsel verstopt worden of in dozen worden geplaatst om ervoor te zorgen dat de kat moet werken om daar individuele stukjes uit te halen en zodoende de tijd die zij met het voedsel bezig is te verlengen. Een goedkope versie van een voeedselpuzzel kan worden gemaakt door twee schoon gemaakte yoghurtpakken die droog voer bevatten aan elkaar te lijmen, met gaten die net groot genoeg zijn om er een stukje per keer uit te halen. De puzzel kan meer uitdagend worden gemaakt door de pakken net boven de kophoogte van de kat op te hangen. Het aanbieden van nieuwe voeders en het gebruik van nieuwe manieren om het voer te presenteren kan ook een gunstige uitwerking hebben op het algemene gedrag van het dier.

MEER SOCIALE CONTACTEN

Meer sociale contacten kunnen eveneens de leefomgeving verbeteren, hoewel katten kunnen verschillen in hun mate van sociaal gedrag tegenover zowel mensen als katten. Alle katten vertonen remming van hun gedrag wanneer zij in een nieuwe kolonie binnengebracht worden en dit kan leiden tot een periode van conflicten voor zowel de nieuwkomer als de reeds aanwezige dieren. Maar na verloop van tijd zullen veel katten goed inburgeren in een nieuwe groep en uiteindelijk vriendschappelijke relaties ontwikkelen met andere katten en met mensen. Door het aanbieden van een verscheidenheid van plaatsen om zich terug te trekken en te rusten, hebben katten de gelegenheid om te kiezen of zij nauwe interacties willen aangaan met andere katten of alleen willen blijven wanneer zij minder sociaal uitgevallen zijn of nog bezig zijn aan de groep te wennen. Katten die afzonderlijk ondergebracht zijn missen de gelegenheid die gemeenschappelijke gehuisveste katten hebben voor rijke, interactieve relaties. Wanneer afzonderlijk onderbrengen voor het onderzoek vereist is, kunnen de katten tussen het onderzoek door teruggeplaatst worden in sociale groepen, zoals in het centrum, of iedere dag voor een bepaalde periode. Veel katten reageren positief op sociaal contact met mensen, vooral wanneer zij opgesloten zijn in een relatief minder stimulerende omgeving, en kunnen symptomen van stress vertonen wanneer hen zulk contact onthouden wordt. Schoonmaken, verzorgen, voeren en gezondheidscontroles bieden gelegenheden voor positieve sociale interacties tussen deze katten en mensen. In het centrum is dan ook tijd beschikbaar die uitsluitend wordt besteed aan socialisatie, wat vooral gunstig werkt bij kittens en individueel gehuisveste katten (Afbeelding 8). Uitbreiding van sociale contacten kan indirect zijn wanneer direct contact niet mogelijk is. Communicatie tussen aangrenzende verblijven via gezicht, gehoor en reuk kan mogelijk worden gemaakt door het gebruik van glazen afscheidingen en roosters en door het boren van communicatiegaten op kophoogte (Afbeelding 9). Interactief speelgoed tussen aangrenzende individueel gehuisveste katten biedt een andere mogelijkheid voor sociaal contact en zulk speelgoed. Reuksignalen worden achtergelaten in gemeenschappelijke kamers waar andere katten gewreven (uit hun klieren) of urine gesproeid hebben. Krabpalen (Afbeelding 10) stellen katten in staat hun nagels te scherpen, maar zij zijn ook een middel voor katten om reuk- en visuele boodschappen achter te laten voor andere katten en zij kunnen gerouleerd worden tussen kattenkamers, of individueel gehuisveste katten om een object te bieden voor meer sociaal contact. Het geluid van stemmen op de radio kan helpen om schuwe katten aan mensen te wennen.

Vroege socialisatie, door een kitten in de eerste drie maanden van zijn leven bloot te stellen aan een zo breed mogelijk scala van ervaringen, kan helpen om veel problemen te voorkomen die samenhangen met opsluiting. Vriendelijke katten met meer vertrouwen passen zich gemakkelijker aan deze situatie aan en tonen minder remming van hun normale gedrag. Voor katten die onvoldoende gesocialiseerd zijn en al gestresst zijn door opsluiting, kan sociaal contact nog een bijkomende stress vormen. Voor deze individuen moeten andere methoden worden gebruikt dan het in de handen nemen om stress te verlichten en de omgeving waarin zij gevangen zijn veraangenamen.

GEDRAGRESPONS OP VERSCHILLENDE MATERIALEN

Een aangeklede omgeving biedt een dier gelegenheid om te kiezen met welke activiteiten het zich wil bezighouden, en waar. Meer en meer wordt opgesloten dieren gevraagd keuzes te maken omtrent aspecten van hun omgeving. Het meeste onderzoek is gericht geweest op landbouwhuisdieren, maar wij hebben geprobeerd bij katten te kijken naar hun voorkeuren. Een manier om de omgeving van opgesloten katten te veraangenemaen is het gebruik van een scala van materialen met verschillende structuur. De verblijven zijn bekleed met vinyl om het schoonmaken te vergemakkelijken, maar dit wordt aangevuld met het gebruik van zacht hout in de kozijnen van deuren en ramen en met houten planken en speelgoed. Ook ligplaatsen van zacht polyester-fleece en kartonnen en plastic dozen worden aangeboden om comfort te bieden en belangstelling te wekken. In het centrum zijn preferentie-onderzoeken uitgevoerd naar de wijze waarop katten een scala van materialen gebruikten en naar de geschiktheid van verschillende materialen om de behuizing van katten te veraangenamen. De bij dit onderzoek gebruikte materialen waren gemakkelijk verkrijgbaar en niet duur.

De resultaten hebben aangetoond dat de katten een uitgesproken voorkeur toonden voor een polyester vacht door bijna tweemaal zo lang op dit materiaal te liggen als op een van de andere (Afbeelding 11), vooral wanneer het gecombineerd werd met een constante warmtevoorziening. Het ter vergelijking aangeboden karton en vooral de biezen matten werden gebruikt om te krabben en te snuffelen, maar dit alleen de eerste tien uur. Het is waarschijnlijk dat deze materialen, als nieuwe objecten, een onderzoeksreactie uitlokten.

De conclusie is dat het gebruik van oppervlakte materialen beschouwd moet worden als een waardevolle methode om de leefomgeving van katten te veraangenamen. Zij geven katten geschikte plaatsen voor rust en slaap (gedragingen die een aanzienlijk deel van de tijd van een kat in beslag nemen) en zij stimuleren krabben en het plaatsen van reuksignalen. Door het aanbieden van een verscheidenheid aan materialen en door deze regelmatig te veranderen of te verplaatsen, worden de kat vaak nieuwe stimuli aangeboden die onderzoekdsgedrag bevorderen en een keuze aan rustplaatsen bieden. De ingewikkeldheid van de leefomgeving wordt hierdoor vergroot en de katten kunnen ervoor kiezen om een interactie aan te gaan met materialen wanneer zij dat wensen en krijgen een zekere mate van controle over hun omgeving.

Bron: Waltham Focus jaargang 7 nr. 4 1997
Waltham Centre for Pet Nutrition, Waltham-on-the-Wolds, Melton Mowbray, Leicestershire, Verenigd Koninkrijk