 |
De onderverdeling van de katachtigen |
Wetenschappers verschillen van mening over het aantal kattesoorten; de meesten
gaan uit van 38 soorten inclusief onze huiskat. In het algemeen wordt de familie
van de katachtigen genaamde Felidae onderverdeeld in drie groepen (genera).
De basis van de onderverdeling is veelal een verschil in de anatomie:
1. De grote katachtigen (Panthera)
2. De kleine katten (Felis)
3. De jachtluipaard (Acinonyx)
Het Tongbeen
| Het tongbeen is een dun botje waar de tong aan bevestigd is. Het geeft
ondersteuning aan het strottehoofd. Bij de grote katachtigen (leeuw, tijger
jaguar, etc) bestaat een deel van dit tongbeen uit elastische kraakbeenachtige
banden in plaats van bot. Deze banden vormen een verbinding met de schedelbasis
en stelt de grote katachtigen in staat te kunnen brullen. Bij de kleine
katachtigen (ocelot, tijgerkat, huiskat, etc) ontbreken de elastische banden
en bestaant het tongbeen volledig uit bot. Dit is de reden dat zij niet
kunnen brullen. Spinnen kunnen ze echter wel. |
 |
Pupillen
 |
Een ander verschil is de vorn van de pupillen. Bij de meeste
kleine katachtigen sluiten de pupillen zich in fel licht tot een verticale
streep. Bij grote katachtigen blijven de pupillen rond als ze zich samentrekken.
Op het gebied van de pupillen bestaan er echter wel uitzonderingen en tussenvormen. |
 |
Jachtluipaard
| De jachtluipaard neemt onder de katachtigen een aparte plaats
in. Hij is ingedeeld in een eigen onderfamilie. De reden voor deze indeling
is dat de jachtluipaard zijn nagels niet kan intrekken. De nagels raken
tijdens het lopen de grond en slijten zo op een natuurlijke manier als bij
een hond. De jachtluipaard is puur gebouwd op snelheid. De niet-intrekbare
klauwen vergroten deze snelheid: de klauwen grijpen in de grond als spijkerschoenen
doen bij atleten. Voor de jachtluipaarden is snelheid tijdens een achtervolging
belangrijker dan geruisloosheid. |
 |
Lichaamshouding
Naast anatomische verschillen toont ook de lichaamshouding het verschil aan
tussen kleine en grote katachtigen. De kleine katachtigen vouwen in rusthouding
hun voorpoten onder hun borst en slaan hun staart elegant om hun lichaam. De
grote katachtigen liggen in rusthouding met uitgestrekte voorpoten en een recht
naar achteren uitgestrekte staart. De grote katachtigen eten ook in lighouding.
De kleine katten daarentegen zakken daarbij meestal alleen door hun voorpoten.