TICKED: SomAby met....Pers

Auteur: E. Takx-de Vos (Cattery Bahariya).

Tja, SomAby's met.... .? In mijn geval kan ik kiezen: Oosters Korthaar, huiskat of Perzen. Bij ons leven deze rassen, samen met twee honden, in vrede met elkaar. Omdat me gevraagd is om een lichte nadruk op de Perzen te leggen, zal ik proberen niet te veel over de andere huisdieren te schrijven.

Dit verhaal begint in 1979 kort nadat we van een karthuizer katje (gekocht op de Vogeltjesmarkt in Antwerpen..) afscheid hebben moeten nemen. Nadat het huis weer vrij was van eventuele ziektekiemen van Pinkie en het verdriet van het verlies van het kleine blauwe katje enigszins gezakt was, kreeg ik het op een zondagmorgen op m'n heupen: ik moest weer een nieuw poesje hebben. Na veel heen en weer gebel kwamen we terecht bij een Cattery waar ze Perzen fokten. Het werd een rode (red tabby) kater en deze Barry werd het begin van een volkomen uit de hand gelopen hobby. Uiteraard zijn er in de daarna volgende jaren nog verschillende andere poezen en katers van het Perzische ras bij ons komen wonen en werd er zo nu en dan een nestje gefokt.
Na enige verhuizingen en mede als gevolg daarvan een aantal bijna poezenloze jaren, gingen we in 1986 in Nieuwegein wonen. In december 1992 bezochten we in 't Veerhuis in onze woonplaats een kattenshow van Abessijnen en Britten. Als ik me goed herinner was deze show georganiseerd door Neocat. Nu had ik voor die tijd, ondanks diverse shows, nog nooit goed naar de oosterse typen gekeken. Ik was, begrijpelijk, meer gericht op de Perzen en andere langharen. Zonder deze rassen tekort te willen doen, moet ik wel opmerken dat ik heel wat gemist had tot op dat moment. Het Somabi-virus sloeg in alle hevigheid toe. Vervolgens gewacht op een nestje van Unique des Oncles du Baron en Arthos van Lisborgh en hoewel twee maanden normaal gesproken best snel omgaan, duurde het dit keer ontzettend lang. Om nog maar te zwijgen van de twaalf weken volgend op de geboorte van het nestje. We zijn zeker wel vijf maal wezen kijken naar onze nieuwe huisgenote, Basteth (werd later Stetty). Half mei 1993 kwam dit gracieuze wezentje bij ons wonen en dat hebben we geweten! Wat een energie, temperament en intelligentie hebben deze katjes. Dit hebben we helemaal kunnen ervaren nadat zij het jaar daarop een nestje van drie kittens (twee sorrel poesjes en één wildkleur katertje) kreeg. De bevalling ('s nachts) en het opgroeien van de kittens verliep voorspoedig, zoals beschreven in 'De Bende van de Zwarte Voet'. En hierbij denk ik onwillekeurig terug aan ons laatste nest bij de Perzen. Hier komt onze (nu enigszins bejaarde) Pers weer in beeld.

We hadden en hebben (gelukkig) nog steeds een poes uit onze 'Perzen-periode'. Dit veteraantje, Roxana genaamd, is het toppunt van moederliefde, zorgzaamheid en sociaal gedrag. Nadat Roxana in de tweede helft van 1981 een paar dagen 'te logeren' was geweest bij een kater en daardoor een andere, bedreigende (?) geur bij zich had. De andere poezen blazen en zoals altijd gaat Martina voor haar vriendin staan en geeft iedereen, die te dicht bij Roxaan komt, een mep met haar pootje. Deze rode Martje was trouwens een behoorlijk brutaal en dominant poesje, om niet te zeggen: bazig. Ze was voor niets of niemand bang en deed precies waar ze zelf zin in had. Als je de euvele moed had om haar iets te verbieden, keek ze je met een sombere perzenblik aan van: "Meen je dat nu werkelijk?" Als je daarna nog niet opgaf en verder ging met corrigeren kon je eerst boos gegrom verwachten en in het ergste geval gaf ze je een tikje met haar pootje om jou te corrigeren. Gelukkig had ze wel (veel) respect voor mijn partner. En hoe liep de logeerparty van Roxana af? We hadden de bevalling zo gepland dat de geboorte viel in een lang weekend waarin we vrij zouden hebben. De natuur en het poesje dachten er kennelijk anders over. Op een maandagmiddag, zes- of zevenenvijftig dagen na de dekking, kwam ik thuis van mijn werk. En daar lag een zielsgelukkige Roxana, met zes hele kleine kittens in de werpkist. Eerst gekeken of ze allemaal in leven waren en vervolgens naar kantoor gebeld om te melden dat ik twee weken 'ouderschapsverlof' nam. Het moedertje onderzocht, ze leek goed in orde en daarna de kleintjes op de keukenweegschal gelegd. Ze varieerden van 40 tot 55 gram en zelfs een beginnend fokker als ik was, begreep dat dat wel erg weinig was. Als je daarbij ook nog bedenkt dat het 1981 was en wij in die tijd op het platteland in Zeeland woonden in een dorpje met 900 inwoners en de dichtstbijzijnde 'grote stad' op honderd kilometer, dan hadden we nu een probleem. Eerst onze huis/dierenarts gebeld. Die gaf me heel weinig kans, maar raadde me aan om het te proberen met bijvoeding. Waar moest ik dat halen in die rimboe? Toen maar de eigenaar van de dekkater gebeld, die kon me hopelijk wel verder helpen. En jawel, Wil gaf me de raad om de kleintjes bij te voeden met KMR en gelukkig had zij nog een stuk of acht blikjes staan van de laatste zending vanuit Amerika..... Ja, het waren barre tijden voor fokkers in Zeeland.

Om een lang verhaal kort te maken: de kittens hebben het uiteindelijk allemaal gehaald, terwijl de fokker, met name na het twee weken lang 12x per etmaal voeden, redelijk afgedraaid was. Maar je moet nu eenmaal niet aan deze hobby beginnen, als je er niet 100% achter staat. Roxana was trouwens een voortreffelijke moeder, die later ook één van onze honden geassisteerd heeft bij een nestje puppies. Het verbaasde mij in 1994 dan ook helemaal niet, dat de 14-jarige Roxaantje vooraan stond om moeder Stetty te assisteren bij het grootbrengen van de kleintjes. Toen Stetty na ongeveer vijf dagen de kittens iets langer dan vijf minuten alleen durfde te laten, sprong Roxaan op de 'vacante' plaats en was vervolgens druk met de kleintjes in de weer. Hoewel Stetty natuurlijk de hoofdmoeder bleef, kwam deze deeltijd-verzorgster haar (én ons) wel goed uit. De gewoonlijk al slanke Basteth was na de bevalling nl. wel erg dun geworden en had dankzij de taakverdeling met Roxana gelukkig tijd om de verloren gegane onsjes er weer aan te eten. Met ruim drie weken kwamen de kittens in de huiselijk kring wonen en gingen ook de honden zich met de opvoeding bemoeien.

De favoriete rustplaats van de kittens bleef toch tegen het buikje van hun biologische moeder of tussen de lange haren van de blue-crème Pers. Een volmaakt vredige, multi-raciale samenleving. De kleintjes groeiden goed en ontdekten de wijde wereld, waaronder de benen van verzorgers, kwispelstaarten van honden, meubels, gordijnen en wal allemaal meer voorhanden is in een huisgezin. Wat mij als beginnend Abessijnenfokker het meest opviel, was de buitengewone ondernemingslust van de kleine aby's. Natuurlijk sliepen ze nog vrij vaak, maar in hun waakzame uurtjes braken ze tent volkomen af. Voor iemand, die tot dan toe alleen maar kleine persjes had gekend, was dat wel even wennen. Ik herinnerde me tijden van twee Perzische nestjes, vier poezen en twee katers (waarin we dus totaal tussen de tien en vijftien katten hadden), waarbij dit grote aantal veel minder nadrukkelijk aanwezig was dan die drie aby-kittens. Ondanks haar Perzische afkomst vond Roxana het allemaal doodnormaal en deed even hard mee met de kittens. Ze scheurde door het huis, dat het een lieve lust was. Was dat nou een poesje van middelbare (?) leeftijd. Ik heb in die periode eens de fout gemaakt om haar Whiskas Senior aan te bieden. Uiteindelijk zou dat voor een 14-jarige poes beter zijn dan het gewone voer. Haar vriendelijke gezichtje (hoe moet ik het anders noemen?) versomberde zich op z'n Perzisch en vervolgens gaat ze heel demonstratief Whiskas voor jonge katjes eten. Een duidelijker antwoord had ze me vocaal niet kunnen geven.

De Abessijnen, de Pers en Pieter (h.t.k. en grote vriend van Roxana) leven samen met de honden in één grote roedel. En eind 1995 komt er weer een nestje met Abessijntjes, dit keer vijf in getal. Gelukkig hoeft Roxana nu niet allen met Stetty voor dit kroost te zorgen. Dit keer staan ze er met hun drieën voor: Basteth, Roxana en Abigail, aangehouden poesje uit het eerste nestje. Voor het inmiddels bijna 16-jarige persje toch wel enige verlichting, want ze lijkt nu toch wel te merken dat ze niet meer piepjong is. Niet dat zich daar veel van aantrekt, want ze doet nog even hard mee met de kittens als bij het vorige nest. Alleen gebeurt het nu wel eens dat ze opeens stopt, stil zit op haar kontje en om zich heen kijkt met een blik van "Was ik dat nou?"

De Abessijnen hebben duidelijk de overhand bij ons. Afgezien van het feit dat ze van nature al nadrukkelijk aanwezig zijn, kan de rest van het beestenspul (drie honden, Pers en huis-tuin-en-keuken-kater) niet tegen hen op. Niet dat er onderlinge strijd is, maar de drie Abessijnen hebben een gezamenlijk verbond en halen samen streken uit ten koste van andere levende wezens (mens, hond of kat). Ze hebben echter nooit de oude Roxana of onze bejaarde basenji Astra (hondje van veertien jaar) 'aangevallen'. Wij, jonge en gezonde 'speeltjes', konden zo nu en dan wel een gezamenlijke aanval van de boefjes verwachten. Mooi dat ze de ouwetjes dan toch ontzagen.

Tegenwoordig, april 1997, loopt ons persje, enigszins stijf, nog steeds rond tussen de Abessijnen en inmiddels ook nog een O.K.H.-lavendel. Pieter de h.t.k. van bijna twaalf, is de schrik van Batau-Noord (Nieuwegein). De oudste basenji Astra, is op vijftienjarige leeftijd ingeslapen. Didi, inmiddels ruim dertien jaar, is kerngezond en verkeert in de veronderstelling dat ze nog steeds een puppy is. Het hondenbestand is uitgebreid met een Hollandse herder en het kattenbestand lijkt wel van elastiek.

Bij het persje gaan de jaren inmiddels wel tellen. Ze is wat stram, hoort niet zo goed meer (afgezien van de koelkast) en ze zit vrij vaak te 'zeuren'. Ze eet nog erg goed, is zelfs stevig te noemen en heeft, denken wij, plezier in haar leventje. Vooral als er weer eens jonge Abessijnen zijn, dan rent en holt ze alsof ze een kitten is. We hopen dat ze nog lang, in goede gezondheid, bij ons en de Abessijnen blijft.

Liesbeth Takx-de Vos (e-mail)

Het oude Persje in het bovenstaande verhaal is half mei (1997) helaas overleden. Het oude Roxaantje heeft het opgegeven. Donderdag de vijftiende mei had ze de hele dag niet gegeten en gedronken, dus gaven we haar 's avonds water met druivensuiker. De volgende dag, vrijdag, at ze nog niets, maar ze dronk wel. Omdat we het niet vertrouwden, ben ik met haar naar de dierenarts gegaan. Die schrok heel erg van haar toestand en vroeg me haar bij hem te laten, zodat ze aan het infuus kon. Ze was totaal uitgedroogd. Zaterdag, aan het eind van de dag, belde hij me met de droeve mededeling: al haar waarden waren te hoog, haar niertjes functioneerden niet meer en het enig mogelijke was euthanasie. Triest, maar na een gelukkig en gezond leven van 17 jaar is het niet eerlijk om zo'n vrouwtje nog (uit egoïsme) te laten tobben.